Patiënten
Dienst N.K.O.
Folders
Zelfhulpgroepen
FAQ
Professionelen
Steunfonds
HOME

medisch aanbod

Slaaplabo

Wat is snurken?

Snurken is een geluid dat wordt veroorzaakt door het trillen van de slijmvliezen in de keelholte. Spontaan doet dit geluid zich enkel voor tijdens de slaap en meestal tijdens het inademen.

Waardoor treedt snurken op?

Onder normale omstandigheden zorgen de spieren van de keelholte ervoor dat de keelholte open blijft tijdens de slaap en er een normale doorgang is van de ingeademde lucht. Wanneer deze spieren minder actief zijn of er afwijkingen zijn in de structuur van de keelholte die de normale doorgang van de ingeademde lucht bemoeilijken, zal de luchtstroom turbulent worden. Hierdoor begint het slijmvlies van de keelholte te trillen en treden snurkgeluiden op.
Wanneer de keelholte nog sterker vernauwt en de luchtweg als het ware dicht gaat, treedt een adempauze (apnea) op.

Wie snurkt er?

Snurken komt zowel voor bij kinderen (vooral kleuters) als bij volwassenen. Bij de volwassenen komt snurken frekwenter voor bij mannen dan bij vrouwen (verhouding 1/10) en het neemt toe naarmate men ouder wordt.

Wat zijn de oorzaken van snurken?

De meest voorkomende oorzaak van snurken bij kinderen is een abnormale vergroting van de amandelen of de poliepen. Minder frekwent, is het snurken het gevolg van een aangeboren afwijking van het aangezicht of een neurologische stoornis.

Bij de volwassenen is de oorzaak van het snurken meestal het gevolg van verschillende factoren: afwijkingen van de neus/keelholte, leeftijd, overgewicht, hormonale factoren, gebruik van alcohol, gebruik van medicatie met spierverslappende neveneffecten, roken.

Afwijkingen van de neus/keelholte:
Neus: scheefstand van het neustussenschot (aangeboren of door een trauma), abnormale zwelling van het neusslijmvlies (door allergie of verkoudheid), neuspoliepen, sinusitis
Keel: zwelling van de huig, vergroting van de amandelen, abnormaal grote tong

Leeftijd:
Snurken komt meest voor op middelbare leeftijd. De kans op snurken neemt toe met het ouder worden tot ongeveer 60 à 65 jaar, waarna het risico weer terug vermindert.

Overgewicht:
Er is een duidelijk verband tussen de mate van overgewicht en het optreden van snurken. Vooral vetopstapeling terhoogte van de hals speelt hierbij een rol.

Hormonale factoren:
Het optreden van snurken wordt beïvloed door afwijkingen in de hormoonhuishouding: teweinig schildklierhormoon, teveel groeihormoon. Bij vrouwen is er een verhoogd risico na de menopauze door de verminderde aanwezigheid van vrouwelijke hormonen.

Gebruik van alcohol:
Het drinken van alcohol tijdens de avonduren verhoogd het risico op snurken en adempauzes tijdens de daaropvolgende slaap. Dit effect is reeds aanwezig vanaf 0.07g/dl. Alcohol doet de spieren die de keelholte openhouden verslappen en stoort ook de ademhalingscontrole tijdens de slaap.

Gebruik van medicatie met spierverslappend effect:
Bepaalde medicamenten (vnl slaapmedicatie - benzodiazepines) bevorderen het optreden van snurken omdat ze de spieren die de keelholte moeten openhouden tijdens de slaap, doen verslappen.

Roken:
De ingeademde rook prikkelt het slijmvlies in de keelholte. Dit geeft aanleiding tot zwelling van het slijmvlies, wat het optreden van snurken bevordert.

Wanneer is snurken een probleem?

Snurken als sociaal probleem.
Snurkgeluiden variëren in intensiteit van 40 tot meer dan 80 decibel. De maximale toelaatbare grens voor nachtelijk geluid in de woning bedraagt 45 decibel. Luid snurken kan de oorzaak zijn van een gestoord slaappatroon bij de bedpartner of bij de patient zelf. Dit leidt dan tot spanningen binnen een relatie en soms noodzaak tot apart slapen.

Snurken als medisch probleem.
Snurken kan de oorzaak zijn van een gestoord slaappatroon bij de snurkende persoon en hierdoor aanleiding geven tot niet-recuperatieve slaap, overmatige slaperigheid overdag en concentratiestoornissen. Deze kunnen op hun beurt verantwoordelijk zijn voor werk-en verkeersongevallen.

Snurken is ook een van de hoofdsymptomen van obstructief slaapapnea syndroom. Deze aandoening wordt gekenmerkt door het herhaald voorkomen van adempauzes (apneas) tijdens de slaap.

De laatste jaren zijn er verschillende studies die hebben aangetoond dat luid en storend snurken, een verhoogd risico inhoudt voor hart en vaatziekten.

Wat is slaapapnea?

Men spreekt van een apnea wanneer er gedurende de slaap een onderbreking van de ademhaling optreedt gedurende minstens tien seconden.
Men maakt een onderscheid tussen obstructieve, gemengde en centrale apneas.

Bij een obstructieve apnea is de adempauze het gevolg van het afsluiten (obstructie) van de neus/keelholte. Tijdens de adempauze gaan de ademhalingsbewegingen van borst en buik gewoon verder.

Bij een centrale apnea valt de stimulatie om te ademen vanuit de hersenen gedurende een korte periode weg. Er treden dan geen ademhalingsbewegingen meer op.

Een gemengde apnea begint als een centrale apnea en eindigt als een obstructieve apnea.

Bij een hypopnea is er een belangrijke vermindering van de ingeademde luchtstroom (met minstens 50%) zonder dat er een volledige onderbreking optreedt.

Wanneer spreekt men van slaapapnea syndroom?

Het aantal apneas en hypopneas per uur slaap wordt uitgedrukt in een index: de apnea/hypopnea index of respiratory disturbance index (RDI). Als de RDI groter is dan 10, spreekt men van een slaapapnea syndroom.

Wat zijn de gevolgen van slaapapnea syndroom?

Het frekwent voorkomen van adempauzes of vermindering van de ingeademde lucht geeft aanleiding tot een vermindering van het zuurstofgehalte in het bloed tijdens de slaap, tot schommelingen van de bloeddruk en het hartritme en tot een gestoord slaappatroon. Immers, om het normale ademritme te hernemen zal de persoon kortdurend wakker worden. Dit wakker worden duurt slechts enkele seconden en wordt zelden bewust waargenomen, doch is een oorzaak van oppervlakkige slaap en een minder goede slaapkwaliteit. Overdag manifesteert zich dit als slaperigheid, concentratiestoornissen, geheugenproblemen of prikkelbaarheid en humeurigheid.
Het optreden van onregelmatigheden in het ademhalingspatroon kan ook leiden tot stoornissen in de hormoon huishouding oa van hormonen die zorgen voor een normale vochtbalans (dit leidt tot frekwent plassen tijdens de nacht) en geslachtshormonen (met als resultaat een vermindering van libido).

Is slaapapnea syndroom gevaarlijk?

Personen die leiden aan slaapapnea syndroom hebben een verhoogd risico op aandoeningen van hart-en bloedvaten (hoge bloeddruk, hartinfarct, onregelmatigheden van het hartritme, hersenbloeding). Bovendien is er een duidelijk verhoogd risico op werk-en verkeersongevallen door de overmatige slaperigheid en concentratiestoornissen.
Wanneer een adekwate behandeling wordt toegepast en het ademhalings en slaappatroon terug normaal wordt, verdwijnen ook deze risicofactoren.

Wanneer is een onderzoek nodig?

Wanneer het snurken meerdere nachten per week voorkomt, aanleiding geeft tot een gestoorde nachtrust van de partner (sociaal storend snurken) of gepaard gaat met abnormale slaperigheid tijdens de dag, is het aangewezen om een arts te raadplegen. Ook wanneer de partner regelmatig adempauzes opmerkt of iemand veel hinder heeft van slaperigheid overdag zonder duidelijk tekort aan nachtrust, is verder onderzoek aangewezen.

Wie moet men raadplegen?

De huisarts is de eerste contactpersoon bij een probleem van snurken. Deze kan nagaan of er bepaalde risicofactoren aanwezig zijn zoals overgewicht, gebruik van medicatie, roken of alcoholgebruik etc. De huisarts kan de patiënt dan verder verwijzen naar een specialist (neus-keel-oorarts, longarts, neuroloog of psychiater) of rechtstreeks een slaaponderzoek aanvragen.

De neus-keel-oorarts zal een grondig onderzoek uitvoeren van de neus-keelholte om na te gaan of er bepaalde structurele afwijkingen aanwezig zijn die het optreden van snurken in de hand werken.

Wat is een slaaponderzoek?

Tijdens een het slaaponderzoek registreert men verschillende parameters die informatie kunnen geven omtrent de ernst van het snurken en/of slaapapnea syndroom: de kwaliteit van de slaap, de ademhaling tijdens de slaap, snurkgeluiden, het hartritme en het zuurstofgehalte in het bloed. Men tracht hierbij om in de mate van het mogelijke de
"natuurlijke" slaap te meten (dwz de patient krijgt geen medicatie om te slapen gezien dit de metingen kan beïnvloeden).

Hoe kan men snurken of slaapapnea behandelen?

Occasionele snurkers zijn vaak geholpen met eenvoudige middeltjes: vermijden van alcoholgebruik tijdens de avonduren, vermijden van rugligging, gebruik van neusklevers (Breath Right TM) als snurken het gevolg is van een verkoudheid of allergie, gewichtscontrole

Deze middelen zijn meestal onvoldoende bij hevige snurkers of personen met sociaal storend snurken. In dit geval is het vooral het neus-keel-ooronderzoek dat bijkomende informatie zal verschaffen. Wanneer duidelijke afwijkingen kunnen worden vastgesteld in de neus-keelholte kan men trachten deze te corrigeren.

Heelkundige ingrepen voor de behandeling van snurken en/of slaapapnea syndroom.

Heelkundige ingrepen terhoogte van de neus:
Vele patiënten met snurken of obstructief slaap apnea syndroom hebben neusproblemen zoals een afwijking van het neustussenschot, abnormale zwelling (hypertrofie) van het neusslijmvlies, neuspoliepen of sinusitis. Deze afwijkingen resulteren meestal in een bemoeilijkte neusademhaling en een gevoel van neusverstopping. Het opheffen van neusobstructie geeft slechts in zeldzame gevallen een verbetering of genezing van obstructief slaapapnea. Wat betreft het snurken kan een vermindering van de snurkgeluiden met 10 decibel verwacht worden na een neusoperatie. Neuschirurgie heeft vooral tot doel de neusdoorgankelijkheid te normaliseren en de neusademhaling te verbeteren.Wanneer de klacht van neusobverstopping onvoldoende verbetert met medicatie, kan een indicatie gesteld worden voor een heelkundige ingreep.

Volgende ingrepen kunnen uitgevoerd worden ter hoogte van de neus:
a. septoplastie: correctie van het neustussenschot.
Bij deze ingreep worden de verschillende delen van het neusseptum vrijgemaakt en rechtgezet. Bij een septorhinoplastie wordt ook de uitwendige neuspyramide gecorrigeerd om de normale functie van de neusholte te herstellen. Verwikkelingen komen bij deze ingreep slechts zelden voor (< 1%).
b. verminderen van hypertrofisch slijmvlies ter hoogte van de neusschelpen.
Het is mogelijk om de hoeveelheid slijmvlies te verminderen ter hoogte van de neusschelpen door littekenvorming te induceren. Dit kan men realiseren door coagulatie (selectief verbranden van het slijmvlies) of door een een deel van de onderste neusschelp te verwijderen. Het doel van deze ingreep is het abnormaal toegenomen volume van de neusschelp te normaliseren.
c. Het behandelen van sinusitis, al of niet gepaard met van neuspoliepen gebeurt door middel van endoscopische technieken. Hierbij beoogt men voornamelijk de verluchting van de verschillende sinusholten te herstellen.

Heelkundige ingrepen terhoogte van de keelholte:
De meest toegepaste en meest efficiënte behandeling is het wegnemen van de huig en eventueel de amandelen. De ingreep bij uitstek die werd ontworpen als behandeling voor snurken, is de uvulopalatopharyngoplastie (UPPP). Bij deze ingreep wordt het slijmvlies ter hoogte van de zijkanten van de keelholte samen met een deel van het zachte verhemelte en de huig, verwijderd. Nadien worden de resterende slijmvliezen ter hoogte van de keel aangespannen. Indien nog aanwezig worden ook de keelamandelen verwijderd. Het resultaat van deze operatie beoogt meer ruimte te creëren in de keelholte. Bovendien worden de wanden van de keel stijver gemaakt zodat luchttrillingen in de keel (snurkgeluiden) minder snel optreden. Bij deze ingreep blijven de spieren die zorgen voor de functie van het zachte verhemelte bewaard.
Men is het er algemeen over eens dat UPPP een zeer doeltreffende heelkundige behandeling is voor patiënten die enkel snurken. In 90-95% van de gevallen is er een sterke vermindering of eliminatie van het snurken en meestal verbeteren ook de klachten van overmatige slaperigheid overdag. Wanneer het snurken zo luid is dat de partner niet meer in dezelfde kamer kan slapen en het slaaponderzoek bevestigt de aanwezigheid van luid snurken en een verstoord slaappatroon, dan is er zeker een indicatie voor UPPP.
Vooral in de eerste dagen na de ingreep ondervinden de patiënten flink wat pijn, hinder bij het slikken en soms overvloedige speekselsecretie. Bij snel drinken kan er vocht naar de neus terugvloeien (nasale reflux). Deze euvels kunnen echter met eenvoudige middelen verholpen worden en verdwijnen meestal spontaan na enkele weken. Nevenwerking en op lange termijn zijn zeldzaam: blijvende nasale reflux, wijziging in de uitspraak van bepaalde klanken of een te sterke vernauwing van de overgang neus-keel.

Als alternatief voor de klassieke vorm van UPPP die wordt uitgevoerd onder algemene verdoving, werd de laser UPPP geïntroduceerd. Bij deze techniek die plaatsheeft onder lokale verdoving, wordt in verschillende sessies telkens een klein stukje van het weke verhemelte weggebrand. Hierdoor ontstaat een littekenvorming die als gevolg heeft dat de huig hoger opgetrokken wordt. Er zijn gemiddeld 5 sessies nodig om het gewenste resultaat te bereiken. Laser UPPP is enkel aangewezen voor snurken en wordt niet aanvaard als behandeling voor obstructief slaap apnea. Een nadeel bij deze techniek is de pijn die patiënt ondervindt na elke sessie. De graad van deze pijn is vergelijkbaar met deze bij klassieke UPPP.

Gezwollen amandelen en keelpoliepen zijn de meest voorkomende oorzaak van snurken en obstructief slaapapnea bij kinderen. Het wegnemen van amandelen en poliepen resulteert in volledige genezing in 90% van de gevallen wanneer geen andere afwijkingen aanwezig zijn.
Gezwollen amandelen zijn eerder zeldzaam de hoofdoorzaak van slaapapnea bij volwassenen maar in bepaalde gevallen is wegname ervan aangewezen.

Prothesen in de mond.
Het is mogelijk om een specifieke prothese aan te passen die de snurkende persoon tijdens de slaap in de mond plaats en waarbij men de positie van de tong of de onderkaak beïnvloedt. De indicatie voor deze behandeling dient gesteld te worden in samenspraak met een aangezichtschirurg of tandarts.
Meer informatie kan U terugvinden op www.slaapapneu.be

Behandeling met medicatie.
Er is totnogtoe geen medicatie gekend met een gunstig effect op snurken. In het specifieke geval van centraal slaapapnea syndroom, kan een verbetering worden bekomen met bepaalde medicatie (Diamox).

Continue positieve drukbeademing (CPAP).
Deze behandeling is de meest toegepaste en meest efficiënte therapie voor patiënten met matig tot ernstig slaapapnea syndroom. Hierbij draagt de patiënt tijdens de slaap een masker op de neus. Dit masker is via een plastic tube verbonden met een toestel (compressor) die lucht (na filtering) onder een bepaalde positieve druk via het masker in de neus/keelholte blaast. Hierdoor wordt de keelholte als het ware opengespalkt en kan er geen afsluiting meer optreden. De druk die het toestel moet genereren varieert van persoon tot persoon en wordt bepaald tijdens een slaaponderzoek.
Een behandeling met CPAP wordt door het RIZIV volledig terugbetaald wanneer het aantal apneas/hypopneas per uur slaap groter is dan 20 en er een zekere graad van gestoord slaappatroon aanwezig is.
Wanneer het CPAP toestel adekwaat is afgesteld resulteert deze behandeling in een normalisatie van de ademhaling en een herstel van een normaal slaappatroon. Nochthans wordt deze behandeling niet steeds goed verdragen door de patient. Een minder geode therapietrouw is meestal het gevolg van neusklachten, claustrofobie, lawaai van het toestel, vermindering van de intimiteit etc.

Besluit:

De tijd dat men snurken als banaal of zelfs een " normaal" fenomeen beschouwde is voorbij. Snurken kan immers een belangrijke storende factor zijn in een relatie of een teken van een ernstigere, onderliggende aandoening (slaapapnea). Luid, storend snurken of onverklaarde slaperigheid rechtvaardigen een specialistisch advies inclusief een slaaponderzoek. Naargelang van de ernst van het probleem en in samenspraak met verschillende specialiteiten (neus-keel-oorarts, longarts, neuroloog, psychiater) kan dan een specifieke behandeling worden voorgesteld.

 
 
Spring naar de top van deze pagina... Afdrukken UZA - Wilrijkstraat 10, 2650 Edegem - tel 03 821 30 00 - fax 03 829 05 20
E-mail versturen