 |
Home
> Professionelen > CAS
Computer navigatie in de NKO-heelkunde
Inleiding
De medische beeldvorming kent een toenemend belang in de neus- keel-
en oorheelkunde. Niet alleen heeft zij een evidente belangrijke rol in
de diagnostiek, ook voor documentatie van de individuele anatomie van
de patiënt, met het oog op heelkunde, is met name de CT-scan en MRI-scan
in toenemende mate belangrijk. De beste illustratie van deze evolutie
is het feit dat men het tegenwoordig als kunstfout beschouwt om een endoscopische
sinusoperaties uit te voeren zonder voorafgaande en peroperatieve studie
van de paranasale sinussen d.m.v. CT-documentatie (1,2).
Een computer navigatie systeem zal de chirurg die een heelkundige ingreep
aan de schedelbasis of aangezichtssinussen uitvoert toelaten deze ingreep
met grotere nauwkeurigheid uit te voeren. De beenderige structuren van
gelaat en schedelbasis zijn immers complex en individueel sterk variërend
van anatomie. Dit, samen met de aanwezigheid van verschillende kwetsbare
organen - zoals de ogen, hersenen en verschillende zenuwen - in de onmiddellijke
nabijheid van het "operatieveld" maakt de zucht naar nauwkeurigheid
van het operatiewerk waarschijnlijk nog nijpender dan bij andere ingrepen.
De trend naar "minimaal invasieve" operatietechnieken - zoals
endoscopische operaties, waarbij de toegangswonde naar het operatieveld
zo klein mogelijk wordt gehouden - accentueert dit nog.
De eerste vormen van computer navigatie ontstonden in de stereotactische
neurochirurgie. Verdere technologische vooruitgang heeft de computer navigatie
heden ten dage gebruiksvriendelijker gemaakt, zodat zij op een bredere
schaal en voor andere toepassingen beschikbaar wordt. Dit resulteerde
o.a. in een aantal toepassingen die momenteel bestaan in de NKO-heelkunde
(3,4). Het systeem dat wij in onze afdeling gebruiken (Medivision Stratec)
brengt op generlei wijze een bijkomende belasting voor de patiënt
mee (wat wel anders was bij vroegere generaties van neuronavigatiesystemen)
en vergt geen bijkomende beeldvormende onderzoeken dan deze die in de
normale klinische praktijk worden toegepast. (5)
Een computer navigatiesysteem heeft 3 essentiële eigenschappen:
vooreerst gebeurt verwerking van de gegevens uit de beeldvorming; ten
tweede is het systeem in staat tot zeer nauwkeurige ruimtelijke plaatsbepaling
en ten derde kan het systeem een verbinding maken tussen de anatomie van
de patiënt op de operatietafel en de vooraf verworven beeldvorminggegevens.
Verwerking van de beeldvorminggegevens
De data afkomstig van een CT-scan onderzoek hebben een driedimensioneel
karakter. Zij kunnen, i.p.v. afgedrukt te worden op radiografische plaat,
op een optische drager worden opgeslagen en aldus getransfereerd en ingebracht
worden in een beeldverwerkend computersysteem (Sun Work Station Unix®).
Dit systeem is dan in staat tot weergave van de beeldinformatie, zowel
in zijn origineel opgenomen vorm als, d.m.v. reconstructies, in elk vlak
dat de gebruiker zelf bepaalt. Een typische weergave is deze in een axiaal,
een coronaal en een sagittaal vlak.

figuur 1: het planstation met op het scherm weergave van een
aangezichtsschedel in drie loodrecht op elkaar staande vlakken,
zoals zij typisch gebruikt worden.
Het vierde vak toont een driedimensionaal reconstructiebeeld
Bij de voorbereiding tot heelkunde met computer navigatie zal de chirurg
minimaal 4 anatomische punten gebruiken als "interne orientatiepunten".
Het gaat om welbepaalde anatomische structuren die met zo groot mogelijke
nauwkeurigheid zowel op de CT-documentatie als op de patiënt gedefinieerd
moeten kunnen worden. Deze punten dienen alle op de schedel of het gelaat
gelegen te zijn, zijn best ruimtelijk breed gespreid en, zo het al niet
om botstructuren gaat, hebben een vaste positie t.o.v. het schedelbot.
De onderkaak en verschillende weke weefselstructuren komen aldus niet
in aanmerking.

figuur 2: op een studieschedel worden 4 typisch
gebruikte orientatiepunten aangegeven
De chirurg brengt, bij de preoperatieve voorbereiding, zijn verschillende
referentiepunten in, deze worden dan samen met de beeldvorminggegevens
in het systeem opgeslagen.
Plaatsbepaling in de ruimte
In de operatiekamer beschikt het navigatiesysteem over hardware en software
die toelaat elk punt in de ruimte zeer nauwkeurig te definiëren.
Vroege navigatiesystemen maakten hiertoe gebruik van een mechanische,
in verschillende richtingen articulerende, arm die aan het navigatiesysteem
verbonden was (6), later werd gebruik gemaakt van elektromagnetische systemen
of van infrarood camera's (3,7). Ons systeem gebruikt een set van 3 infrarood
camera's die in de operatiekamer op 2 meter afstand van de patiënt
worden gepositioneerd en verbonden zijn met de navigatiecomputer (Optotrak®).
figuur 3
De verschillende instrumenten die tijdens de ingreep voor de navigatie
gebruikt worden zijn voorzien van 4 LED's (light emitting diodes) (figuur
3) die door de infrarood camera's gezien worden en waardoor - in een laboratorium
omgeving - het instrument in de ruimte gelokaliseerd kan worden met een
nauwkeurigheid van 0,15 mm (8). Ook op de patiënt wordt een plaatje
met 4 LED's bevestigd, meestal d.m.v. een mondbeugel of een hoofdband.
De positie van het hoofd van de patiënt wordt dus tijdens de ganse
procedure door de camera's waargenomen.
De verbinding tussen patiënt en navigatiedata
Na inductie van de narcose wordt de patiënt voorzien van zijn referentie
LED's. Vervolgens worden op de patiënt dezelfde referentiepunten,
die ook preoperatief in het computersysteem werden ingebracht, aangeduid
en in het computersysteem ingevoerd. De computer vergelijkt de ruimtelijke
spreiding van de verschillende referentiepunten die op de patiënt
werden aangeduid met de ruimtelijke spreiding van de punten die preoperatief
in het navigatiesysteem zijn ingebracht. De overeenstemming tussen beide
groepen referentiepunten wordt aan een algoritme onderworpen en door het
computersysteem al of niet geaccepteerd. De nauwkeurigheid kan vervolgens
nog worden verfijnd door zgn. "surface matching": de chirurg
definieert op het gelaat van de patiënt een huidoppervlak door een
twintigtal punten aan de computer door te geven.

figuur 4: surface matching punten (groen)
en pair point matching punten (rood)
De computer navigatie tijdens de heelkundige ingreep
Het computerscherm toont tijdens de operatie, vergelijkbaar met de preoperatieve
weergave, de CT-grafische anatomie van de patiënt in drie vlakken,
gecombineerd met voor elk vlak een assenstelsel waarvan het kruispunt
overeenstemt met het uiteinde van het navigatie-instrument dat de chirurg
gebruikt (figuur 5).

figuur 5
De geprojecteerde CT-data stemmen telkens overeen met het ruimtevlak
waarin de punt van het navigatie-instrument zich bevindt.
De chirurg kan aldus elke structuur in het operatieveld met zijn navigatie-instrument
aanduiden en identificeren op de CT-beelden. Het vierde vlak van het beeldscherm
kan een 3D reconstructie tonen of kan dienen voor weergave van beelden
die met camera en optiek gezien worden.
Beperkingen van het systeem
Het navigatiesysteem maakt gebruik van preoperatief verworven beeldvorming.
Veranderingen in de anatomie van de patiënt, zoals tijdens de ingreep
door resectie van bepaalde structuren, worden uiteraard niet door het
systeem weergegeven.
Het systeem veronderstelt dat men werkt binnen een rigide anatomische
omgeving, waarin de onderlinge verhoudingen tussen verschillende anatomische
structuren niet wijzigen. Dit maakt het systeem niet bruikbaar voor navigatie
in weke weefsels, zoals bvb. in halschirurgie, laryngoscopische chirurgie,
etc.
De nauwkeurigheid van het systeem wordt grotendeels bepaald door de keuze
van referentiepunten en de accuraatheid waarmee de chirurg deze referentiepunten
kan "matchen" aan de beeldgegevens (9). Wij hebben in het gebruik
van dit navigatiesysteem vastgesteld dat een nauwkeurigheid van 1 mm en
lager routinematig haalbaar is en aanvaardbaar is voor klinisch gebruik.
Toepassingen van computer navigatie in de NKO-heelkunde
(10)
Meerdere toepassingen zijn mogelijk.
- Sinusoperaties:
Een eerste reeks van toepassingen vindt men in de heelkundige behandeling
van sinusitis. De sinussen zijn holtes in de aangezichtsschedel, die
met de neus verbonden zijn. In gezonde toestand zijn zij luchtgevuld
en zijn hun wanden bedekt met een dunne slijmvlieslaag. Ontsteking van
deze "neusbijholten" noemt men sinusitis. In een aantal gevallen,
meestal van chronische sinusitis, is heelkunde nodig. In de voorbije
10 jaar kende deze vorm van chirurgie een sterke trend naar "minimaal
invasieve technieken", wat betekent dat men de omvang van de heelkundige
manoeuvres tracht te beperken tot het strikt noodzakelijke, zodat nadelige
gevolgen (littekens in het gelaat, verstoring van de normale fysiologie
van neus en sinussen) van de operatie zo veel mogelijk uitblijven. Zo
kwam men tot zgn. "sleutelgatchirurgie", waar men - in het
geval van de sinussen - de heelkunde in de grote meerderheid der gevallen
eenvoudigweg via de neusgaten uitvoert. Meestal gaat het dan om endoscopisch
uitgevoerde ingrepen. De anatomie van de aangezichtsschedel is individueel
sterk variërend; de aangezichtsschedel heeft een zeer nauwe relatie
met de voorste schedelgroeve, de beide oogkassen en meerdere belangrijke
zenuwen en bloedvaten; bovendien liggen deze vitale structuren niet
altijd - zelfs meestal niet - veilig beschermd door beenderige structuren.
Een perfecte oriëntatie tijdens endoscopische sinusheelkunde is
dus van groot belang. Meerdere studies hieromtrent hebben aangetoond
dat zelfs in de meest ervaren handen de risicos van deze heelkunde
niet verwaarloosbaar zijn. Computer navigatie biedt zeker in dit opzicht
een belangrijk middel dat de chirurg toelaat nauwkeurig, volledig en
veilig te werken. Wij menen niet dat computer navigatie routinematig
dient gebruikt te worden bij alle endoscopische sinusingrepen. Bij heringrepen
daarentegen en vooral in deze gevallen waar door vroegere heelkunde
belangrijke anatomische referentiepunten ontbreken, heeft het systeem
zeker zijn nut (11).
- Schedelbasischirurgie:
Andere toepassingen zijn deze van transsfenoïdale hypofysechirurgie.
De hypofyse kan via de neus (door de NKO-arts in samenwerking met de
neurochirurg) heelkundig benaderd worden, wanneer heelkunde nodig is,
kan op deze wijze een echte schedeloperatie gemeden worden. Computer
navigatie biedt hier een goed alternatief voor de omslachtige radioscopie
die bij deze technieken gebruikt worden.
Alle heelkunde van de oogkassen, of van de inhoud van de oogkas posterieur
van de oogbol gelegen, (traumata, tumorchirurgie) kan "minimaal
invasief" en meer accuraat gebeuren met computer navigatie.
Ook andere operaties van de voorste schedelbasis (die waar nodig in
samenwerking met de neurochirurg worden uitgevoerd) zijn eenvoudiger
met computer navigatie. Het gaat hier meestal om zeldzame goedaardige
of kwaadaardige tumoren.
Chirurgie van de schedelbasis, ter hoogte van de middelste schedelgroeve,
zoals die nodig voor bepaalde tumoren van het oor of hoog in de hals,
is meestal eveneens multidisciplinair werk waarbij een navigatiesysteem
een gewaardeerd hulpmiddel is (12,13).
- Heelkunde voor botverankerde implantaten:
Dit is een andere toepassing waarin wij het systeem totnogtoe gebruikten.
Het principe van de botverankering van implantaten is afkomstig uit
de stomatologie, waar dit uitgebreid wordt toegepast voor implantatie
van tanden of bevestigingspunten voor ganse gebitten. Botverankerde
implantaten (titanium schroeven waarmee het bot na inplanting als het
ware vergroeit) kunnen evenwel ook dienen om hoortoestellen, die in
heel specifieke vormen van geleidingsdoofheid worden gebruikt, te bevestigen(14),
of nog voor implantatie van verankeringspunten voor craniofaciale epitheses.
In het laatste geval wordt bij ernstige verminking van het hoofd of
gelaat (door aangeboren afwijkingen, na trauma of na tumorchirurgie)
een kunstprothese voor reconstructie vervaardigd. Ook deze worden bevestigd
dmv. botverankering.
De keuze van de juiste plaats voor verankeringspunten (inzake stevigheid
en bestendigheid) is kritisch en wordt ook weer verbeterd door het gebruik
van computer navigatie.
Besluit
Sinds haar introductie in onze afdeling voor Neus- Keel- en Oorziekten
van het U.Z. Antwerpen heeft de computer navigatie haar vaste plaats snel
ingenomen. Uiteraard zal computer navigatie nooit de handigheid en scholing
van de chirurg vervangen of een gebrek ervan compenseren. In geselecteerde
gevallen wordt onze heelkunde hierdoor echter doeltreffender en veiliger.
Referenties
1. P Hudgins Complications of endoscopic sinus surgery. The role of the
radiologist in prevention. Radiol Clin North Am 31: 21-32, 1993.
2. R Meyers, G Valvassori Interpretation of anatomic variations of computed
tomography scans of the sinuses: a surgeon's perspective. Laryngoscope
108: 422-425, 1998.
3. M. Fried, J Kleefeld et al. Image-guided endoscopic surgery: results
of accuracy and performance in a multicenter clinical study using an electromagnetic
tracking system. Laryngoscope 107: 594-601, 1997.
4. L Nolte, H Visarius et al. Computer-Aided Fixation of Spinal Implants.
J Image Guid Surg 1: 88-93, 1995.
5. Caversaccio M., Lädrach K. et al. Konzept eines Rahmenlosen bildinteraktiven
Navigationssystems für die Schädelbasis- Nasen- und Nasennebenhöhlenchirurgie.
Otorhinolaryngol Nova, 7: 121-126, 1997.
6. A Gunkel, W Freysinger et al. Computer-assisted surgery in the frontal
and maxillary sinus. Laryngoscope 107: 631-633, 1997.
7. R Rohling, P Munger et al. Comparison of Relative Accuracy Between
a Mechanical and an Optical Position Tracker for Image-Guided Neurosurgery.
J Image Guid Surg 1: 30-34, 1995.
8. J Anon, L Klimek et al. Computer-assisted endoscopic sinus surgery.
Otolaryngol Clin North Am 30: 389-401, 1997.
9. J Claes, E Koekelkoren, FL Wuyts, GME Claes, L Van den Hauwe, PH Van
de Heyning. Accuracy of computer navigation in Ear, Nose, Throat Surgery.
The influence of matching strategy. Arch otolaryngol Head Neck Surg,2000,126:
1462-1466.
10. Claes J, Koekelkoren E, van den Hauwe L, Van de Heyning PH. Computer
assisted E.N.T. surgery, a preliminary report. Acta Otorhinolaryngol Belg.
1999;53(2):117-23.
11. M Roth, D Lanza et al. Advantages and disadvantages of three-dimensional
computer tomography intraoperative localisation for functional endoscopic
sinus surgery. Laryngoscope 105: 1279-1286, 1995.
12. F Vrionis, J Robertson et al. Image-Interactive Orientation in the
Middle Cranial Fossa Approach to the Internal Auditory Canal: An Experimental
Study. Comp Aid Surg 2:34-41, 1997.
13. Sargent E, Bucholz R. Middle cranial fossa surgery with image-guided
instrumentation. Otolaryngol Head Neck Surg 117: 131-134, 1997.
14. E Koekelkoren, L van den Hauwe et al. Computer aided surgery for the
positioning of osseo-integrated implants for BAHA and cranio-facial epitheses.
Int. Conf. Ear Reconstruction 98, Choices for the future. Alberta Canada
1998.
|