 |
Home
> Professionelen
> Neusbloeden
Neusbloeden
Definities
Anterieure epistaxis: de oorzaak van de neusbloeding is
gelegen in het anterieure deel van de neus
Posterieure epistaxis: de bloedingshaard is gelegen in
het posterieure deel van de neus en kan niet gevisualiseerd worden bij
rhinoscopia anterior
Refractaire epistaxis: recurrente of persisterende bloeding
na adekwate behandeling (tamponade) of multiple episoden van epistaxis
over een korte tijdsperiode waarbij telkens een medische interventie noodzakelijk
is.
Prevalentie
Epistaxis komt voor bij 60% van de bevolking, meestal betreft het een
anterieure epistaxis. Slechts ongeveer 6 % van de patiënten behoeft
een medische interventie om de bloeding te stoppen. De leeftijdsverdeling
vertoont twee pieken: 15-25 jaar en 45-65 jaar met een gelijke verdeling
tussen mannen en vrouwen.
Vasculaire anatomie van de neus
De neus wordt bevloeid door zijtakken van de A. Carotis Externa (A Maxillaris
Interna - A. Sphenopalatina en A. Facialis) en de A. Carotis Interna (A.
ethmoidalis anterior en posterior). Deze takken anastomoseren ter hoogte
van de antero-inferieure septale zone (Plexus van Kiesselbach of Littles
area) (zie Hoofdstuk 1, figuur 5). De meerderheid van de neusbloedingen
zijn afkomstig van deze zone. Een bloeding vanuit de A. Maxillaris Interna
(A. Sphenopalatina) is de meest frekwente oorzaak van refractaire epistaxis.
Veneuze bloeding ontstaat ter hoogte van een vene welke vertikaal verloopt
ter hoogte van het neusseptum, juist posterior van de columella. Veneuze
bloedingen zijn zeldzaam en onderscheiden zich van arteriële bloedingen
door hun kortere duur en doordat ze vaker voorkomen bij jongere personen.
Etiologie
In de meerderheid van de gevallen kan geen specifieke oorzaak voor de
epistaxis weerhouden worden (idiopathisch). Bij de oorzaken kan men een
onderscheid maken tussen lokale factoren (thv de neus) en algemene systeemaandoeningen
welke een verhoogd bloedingsrisiko met zich meebrengen (zie tabel)
| Lokaal |
Algemeen |
|
*Congenitaal
*Verworven:
Infectieus acuut: viraal, bacterieel, schimmels, chronisch:
TBC, syfillis
Inflammatoir: allergisch, vasomotorische rhinitis, nasale
polypose
Trauma: Iatrogeen, faciaal trauma, vreemd voorwerp, heelkunde,
maagsonde, nasale intubatie, neusseptumperforatie
Neoplastisch: benigne of maligne
Medicamenteus: rhinitis medicamentosa
Inhalatie: tabak, cannabis, heroine, houtstof
|
* Bloedingsdiathese:
Coagulopatie: verworven/congenitaal
Bloedplaatjesstoornissen: trombocytopenie, plaatjesdysfunctie
Afwijkingen van de bloedvaten: congenitaal (Rendu Osler),
verworven: vasculitis, vit C deficiëntie
Hyperfibrinolyse: verworven/congenitaal
* Medicamenteus: aspirine, anticoagulantia, immuunsupressiva, alcohol
* Neoplasmata
* Idiopatisch: inflammatoire en granulomateuze aandoeningen
* Andere: leverfalen, hypothyroidie, HIV
|
De incidentie van epistaxis neemt toe tijdens de wintermaanden (toename
van bovenste luchtweginfecties en sterkere temperatuurschommelingen).
Tijdens een episode van rhinosinusitis is er inflammatie van de neusmucosa,
congestie en verhoogde fragiliteit.
Epistaxis bij oudere personen is vaak multi-factorieel bepaald: gebruik
van aspirine of anti-coagulantia (preventie van cardiovasculaire aandoeningen),
arteriosclerose (verminderde contractiliteit van de vaatwand) en arteriële
hypertensie.
Daar waar het verband tussen aspirine en epistaxis duidelijk is aangetoond,
werd er geen causaal verband gelegd tussen niet-aspirine NSAID en epistaxis.
Wanneer patiënten gebruik maken van orale anti-coagulantia en de
INR binnen de therapeutische marge is, kan na adekwate lokale behandeling,
de antistollingtherapie worden verdergezet zonder dat dit gepaard gaat
met een groter risiko op complicaties of verlengde hospsitalisatie. Een
anamnese van arteriële hypertensie blijkt geen predictieve factor
te zijn voor recurrente epistaxis maar patiënten met arteriële
hypertensie hebben vaak ernstigere en langer durende neusbloedingen.
Behandeling van epistaxis (zie flowchart)
- Algemene richtlijnen bij epistaxis:
1. Opvang van de patiënt en zijn familie. Inschatten van de ernst
van de bloeding: anterieure versus posterieure epistaxis, duur, oudere
personen, gebruik van medicatie. Vooral bij oudere patiënten in
slechte algemene toestand is ernstig bloedverlies mogelijk op een korte
tijd. Zonodig: reanimatie, IV vocht toediening, kontrole van stollingsparameters.
2. Klinisch onderzoek: localisatie van de bloedingshaard en geassocieerde
pathologie (vb nasale polypose, tumorale massa). Indien de bloedingshaard
niet onmiddellijk duidelijk is plaatst men wieken gedrenkt in Xylocaine
1% met adrenaline (1/106) gedurende een tiental minuten. Het onderscheid
tussen anterieure en posterieure bloeding bepaalt het verdere therapeutische
beleid.
3. Het toedienen van antifibrinolytische medicatie (tranexaminezuur
- Exacyl ®) bij patiënten met ernstige epistaxis, resulteert
in een significante daling van het aantal recidieven en vermindert eveneens
de ernst van de neusbloeding.
4. Bij een geagiteerde patiënt is sedatie en voorschrijven van
bedrust geïndiceerd.
5. Bij elke vorm van neustamponade dient men bedacht te zijn op de ontwikkeling
van een Toxic Shock Syndroom. Daarom zal men steeds wanneer een neustamponade
> 48 uur ter plaatse blijft en in alle gevallen van posterieure tamponade,
een antibiotica profylaxe gericht tegen kiemen in de nasopharynx starten
vb amoxycilline-clavulaanzuur, cefuroxime.
6. Toedienen van anti-hypertensiva zonodig.
7. Een posterieure tamponade wordt als zeer pijnlijk ervaren door de
patiënt, adekwate pijnstilling (paracetamol) is dan ook aangewezen.
8. Bij patiënten met recidiverende (unilaterale) epistaxis is een
aanvullend beeldvormende onderzoek (CT-scan (axiaal met contrast) of
NMR) van de sinussen/rhinopharynx aangewezen om een onderliggend ruimte-innemend
proces uit te sluiten.
9. Na de behandeling dienen maneuvers welke de centraal veneuze druk
doen stijgen (vb heffen, persen) alsook hevig snuiten vermeden te worden.
- Anterieure epistaxis
Na visualisatie van de bloedingshaard kan men overgaan tot cauterisatie
door middel van zilvernitraat (sticks) of trichloorazijnzuur (15%) ter
hoogte van het bloedende vat. Nadien adviseert men het gebruik van een
voedende neuszalf (vb Hemorhinol R/Vitapanthol zwak R 2x/d, 1 week)
en eventueel kortdurend gebruik van vasoconstrictieve neusdruppels.
Men zal niet aan twee tegenoverelkaar liggende zijden van het septum
coaguleren gezien er dan een reëel risiko is voor septumperforatie.
Ook bij kinderen dient men voorzichtig te zijn omdat te agressieve coagulatie
kan aanleiding geven tot gestoorde groei van het neusseptumkraakbeen.
Als alternatief voor cauterisatie kan men ook gebruik maken van infrarood
coagulatie of bipolaire coagulatie.
Indien de bloeding niet stopt doormiddel van coagulatie of cauterisatie,
is een tamponade noodzakelijk (Figuur 1). Elke vorm van tamponade dient
zo atraumatisch mogelijk te gebeuren teneinde necrose of scheuren van
de neusmucosa te voorkomen.
Anterieure tamponade kan worden uitgevoerd met behulp van:
- Afzonderlijke of doorlopende wieken met antiseptische zalf (vb Fucidine
R)
- een synthetische spons die opzwelt na kontact met steriel fysiologisch
serum (vb MerocelR). Deze spons wordt eveneens ingesmeerd met een antiseptische
zalf.
Zo mogelijk beperkt men de tamponde tot 1 neusgang omdat bilaterale
neustamponade erg oncomfortabel is voor de patiënt.
Bij een profuse bloeding kan gebruik worden gemaakt van een absorbeerbare
hemostatische spons (SpongostanR, SurgicelR).
- Posterieure epistaxis
Hier wordt meestal gebruik gemaakt van een ballontamponade
(vb XomedR ballon) waarbij een posterieure ballon wordt opgeblazen in
de rhinopharynx, een voorste ballon bevindt zich in de neusholte zelf.
Als alternatief kan men gebruik maken van een Foley catheter nr 12 waarbij
de ballon wordt opgeblazen in de posterieure choana in combinatie met
een beperkte anterieure tamponade.
Een bellocktamponade wordt gebruikt bij bloedingen ter
hoogte van de rhinopharynx of na falen van een posterieure ballontamponade.
Het plaatsen van deze tamponade is erg onconfortabel voor de patiënt
en wordt daarom meestal uitgevoerd na sedatie (of onder algemene anesthesie).
In de literatuur beschrijft met het gebruik van warm water irrigatie
in de behandeling van posterieure epistaxis. Na inbrengen van een balloncatheter
en afsluiten van de posterieure choanae, wordt de neusholte geïrrigeerd
met 500 ml warm water. Vervolgens wordt de catheter verwijderd en het
resultaat op de neusbloeding beoordeeld. Deze behandeling blijkt minder
pijnlijk doch even effectief te zijn dan tamponade en is minder traumatisch
voor de neusmucosa. Het mechanisme verantwoordelijk voor het hemostatisch
effect is nog niet volledig opgehelderd, mogelijks spelen oedeemvorming
en vasodilatatie (met compressie van de bloedvaten en vermindering van
de flow) een rol.
- Heelkundige behandeling of selectieve embolisatie is noodzakelijk
bij recidiverende/persisterende neusbloedingen ondanks optimale tamponade.
Angiografie en embolisatie
De angiografie wordt uigevoerd onder locale anesthesie. Via catheterisatie
van de A. Femoralis, wordt het territorium van de A. Carotis Externa
en Interna gevisualiseerd. Arteriografie kan ook informatie geven omtrent
de aanwezigheid van collaterale circulatie vb verbinding tussen de A.
Maxillaris Interna en de A. Optalmica. Indien dergelijke collaterale
circulatie aanwezig is, houdt selectieve embolisatie van de A. Maxillaris
Interna een verhoogd risiko in voor blindheid en gaat de voorkeur naar
een heelkundige interventie.
Na selectieve angiografie wordt het bloedvat geëmboliseerd door
middel van gelfoam partikels, polyvinyl alcohol of ander materiaal.
(Figuur 2 en 3).
Het voordeel van embolisatie is dat de behandeling kan plaatsvinden
zonder algemene narcose en in ervaren handen is de succeskans ongeveer
90%. Alhoewel het risiko op blijvende morbiditeit geschat wordt op <
1%, dient men er rekening mee te houden dat zich majeure komplicaties
kunnen voordoen zoals cerebrovasculair accident, facialisparalyse en
blindheid.
Angiografische embolisatie van de A. Maxillaris interna blijkt even
efficiënt te zijn als transantrale ligatie. Embolisatie is globaal
genomen goedkoper maar gaat gepaard met een hoger risiko voor majeure
complicaties in vergelijking met ligatie.
Arteriële ligatie
Ligatie van een bloedvat kan gebeuren via externe benadering (vb A.
Ethmoidalis anterior, A. Maxillaris Interna, A. Carotis Externa) of
door middel van endoscopische technieken (A. Sphenopalatina). Ligatie
gebeurt onder algemene anesthesie. Een ligatie van de A. Maxillaris
interna is doorgaans zeer efficiënt gezien deze ingreep de nasale
bloedflow met gemiddeld 80% reduceert. Ligatie van de A. Ethmoidalis
posterior wordt slechts zelden toegepast gezien het risiko op beschadiging
van de Nervus Opticus (blindheid).
Endoscopische intranasale cauterisatie of ligatie van de A. Sphenopalatina
Behandeling van posterieure epistaxis via endoscopische technieken kan
worden uitgevoerd onder lokale anesthesie, doch gebeurt bij voorkeur
na endotracheale intubatie gezien het risiko op aspiratie van bloed
bij belangrijke posterieure epistaxis (Figuur 4A en B). Wanneer deze
behandeling wordt uitgevoerd door een ervaren rhinologische chirurg,
is er duidelijk minder ongemak en complicaties en een kortere hospitalisatieduur
dan bij klassieke posterieure tamponade. Bij cauterisatie is er in ongeveer
8% van de gevallen een periode van paresthesie/anesthesie ter hoogte
van het palatum door een thermisch letsel van de nervus palatinus.
Ligatie van een bloedend vat (via externe benadering of endoscopisch)
en embolisatie zijn de meest frekwent toegepaste behandelingmethoden
voor refractaire epistaxis. Daarnaast bestaan er nog een aantal heelkundige
procedures die in geselecteerde gevallen worden toegepast. Omwille van
de volledigheid zullen we deze kort vermelden.
Endoscopische ethmoidectomie
Bloeding in het bovenste deel van de neus onstaat meestal vanuit de
A. ethmoidalis anterior of posterior en manifesteert zich vaak als een
diffuse bloeding in de sinus ethmoidalis en de laterale zijde van de
neus. In deze gevallen kan, na falen van anterieure en posterieure tamponade,
een endoscopische ethmoidectomie worden uitgevoerd (uni-of bilateraal)
om de bloeding te stoppen.
Submucosale resectie van het neusseptum
Deze ingreep resulteert in een onderbreking van de bloedtoevoer naar
Littles area en is geïndiceerd voor patiënten met persisterende
anterieure epistaxis.
Heelkundig afsluiten van het vestibulum nasi (Youngs procedure).
Het doel van deze ingreep is een volledige afsluiting van de neus om
uitdrogen van de neusmucosa door ingeademde lucht te voorkomen. Deze
ingreep wordt vooral toegepast bij patiënten met bloedingsdiathesen
omdat epistaxis in deze gevallen secundair is aan trauma van de neusmucosa
door uitdroging. Een alternatief voor de heelkundige afsluiting van
het vestibulum nasi is het gebruik van een obturator uit silicone.
Laserbehandeling
De laser wordt met succes toegepast in de behandeling van recidiverende
epistaxis bij patiënten met Rendu Osler (hereditaire hemorragische
telangiectasien). Deze aandoening wordt gekenmerkt door de aanwezigheid
van gedilateerde postcapillaire bloedvaatjes met afwezigheid van elastine
vezels en arterioveneuze malformaties. Epistaxis is de eerste manifestatie
bij 80% van de patiënten, de bloedingen zijn frekwent en invaliderend.
Doormiddel van een Argon Laser, CO2 laser of neodymium-Yag laser kunnen
de teleangiectasiën in de neusmucosa selectief behandeld worden.
Lasertherapie wordt vooral gebruikt ter preventie van recidieven, gezien
er geen effect is op een akute bloeding.
Het nadeel van de Nd-Yag laser is de moeilijk voorspelbare dieptepenetratie
waardoor er risiko bestaat op beschadiging van de neusmucosa en septumperforatie.
Dit in tegenstelling tot de Argon Plasma laser, welke enkel een oppervlakkig
effect heeft (2-3 mm). Laserbehandeling wordt toegepast onder lokale
anesthesie, meerdere sessies zijn noodzakelijk. De resultaten van recente
studies zijn veel belovend en tonen een duidelijke reductie in het aantal
episoden en de ernst van de epistaxis na lasertherapie bij patiënten
met Rendu Osler.
Recidiverende epistaxis zonder actieve bloeding op het moment
van de raadpleging
Na een grondige anamnese (welke kant, anterieure of posterieure bloeding,
uitlokkende factoren, medicatie) wordt een klinisch onderzoek uitgevoerd
om onderliggingde afwijkingen op te sporen. In de meerderheid van de
gevallen kan een prominent bloedvat op het neusseptum gevisualiseerd
worden, te behandelen door middel van cauterisatie en algemeen advies
om recidieven te voorkomen (cfr supra).

|